info@quartiernational.be

Quartier National biedt meer dan enkel shops: opmerkelijke gebouwen van Niklaas Deboutte

Niklaas Deboutte (inzetfoto, 63, zot van Japans eten, sportief, enthousiast en gedreven) runt architectuurbureau META, gelegen in de Grote Kraaiwijk. Maar woont al met overtuigend plezier 26 jaar in de Willem Lepelstraat. Hij is naast ontwerpend architect eveneens uitvoerend architect, wat betekent dat z’n werk niet stopt bij wat mooie tekeningentjes. Hij maakt ook een uitvoeringsdossiers, zoekt nadien via aanbestedingen ook een aannemer die het moet bouwen en controleert de werf. Daardoor blijft hij nauw betrokken bij het resultaat. En die ervaring gooit z’n vruchten af bij het volgende project.”

  • Een straffe uitspraak: architectuur is op den dool. Wat bedoelt je daarmee?

NIKLAAS: ”Architectuur verandert steeds. Het zwaartepunt balanceert steeds tussen functie en vorm. In tijden van welvaart, wanneer er genoeg geld is, weegt de vorm harder door dan de functie en is er meer ruimte voor experiment, in de tijden van economische recessie droogt dit op en is de functie doorslaggevend.”

  • Veel gebouwen in Antwerpen, denk aan het Havenhuis en het Vlinderpaleis, zijn ontworpen door buitenlandse spektakel-architecten. En ook openbare kunstwerken. Zoals het fontein ‘Deep Fountain’ van Cristina Iglesias voor het KMSKA, wat de ‘superfoef’ wordt genoemd. Hoe komt dat? Belgische architecten zijn er toch niet te dom voor? 

NIKLAAS: “Elke ‘sterarchitect’ is niet per definitie een ‘spektakelarchitect’.  Daar zit natuurlijk een zeker prestige in als onderdeel van citymarketing. Denk inderdaad aan het Havenhuis en het Justitiepaleis. Die buitenlandse architecten werken doorgaans samen met Belgische bureaus, zoals wij voor het Brugse Beurs- en Congresgebouw hebben gedaan.
Nog nooit heeft een Belgische architect de prestigieuze Pritzkerprijs gewonnen, niettegenstaande de Belgische architectuurscene in het buitenland hoog aangeschreven staat. Veel ervan worden wereldwijd gevraagd om projecten realiseren en eveneens les te geven. Namen zoals Vincent Van Duysen en Office Kersten Geers & David Van Severen zijn daar een voorbeeld van.”

  • Je hebt al heel wat gerealiseerd in Sint-Andries zelf. Noem er eens wat en waar moeten we op letten?

NIKLAAS: “Kloosterstraat 11: de smalle hoge ramen communiceren met de slanke ramen van de ernaast gelegen historische panden. Ze zijn donker, ze fluisteren, ze staan niet te schreeuwen om aandacht. En je moet eens door het winkelraam kijken. De vloerbalken uit de 18e eeuw moesten worden behouden, want hebben historische waarde.
In apotheek Van Ghyseghem (Kloosterstraat 166) worden de klanten onmerkbaar door een parcours geleid. Je gaat niet meteen naar de toog. En de ramen van de bovenliggende appartementen hebben metalen luiken. Ze houden de zonnewarmte tegen en fungeren als glasgordijnen. Van bovenaf kan je door de spleten kijken, maar vanop de straat kan je niet binnenkijken.
De gevel van het gebouw in de Arsenaalsstraat 9 is volledig in baksteenkleur, met baksteen en drempellijsten, die de regen van de gevel moeten afhouden, in rode beton.”

  • Over apothekers gesproken, er bestaan ook generieke gebouwen, zoals generieke medicamenten? 

NIKLAAS: “In de architectuurwereld werd dit eerder gebruikt als duiding van gebrek aan identiteit, voor ons is het eerder een manier om duurzaam te zijn.  Die gebouwen worden zo ontworpen dat hun functie kan worden gewijzigd. Kantoren kunnen appartementen worden en omgekeerd. ‘One floor fits all’. Wij huldigen ook het principe: ‘ruwbouw is afbouw’. We ontwerpen de ruwbouw zodanig, dat er nadien minder afwerkingslagen noodzakelijk zijn.”

  • Wat vond je van het ontwerp van het nieuwe M HKA, dat onverwachts is afgeblazen?

NIKLAAS: “Het is/was een sterk, krachtig ontwerp dat een landmark, een herkenningspunt had kunnen worden. Publieke gebouwen moeten alle registers opentrekken. Het nieuwe M HKA had Antwerpen extra allure kunnen geven.”

  • Moest je kunnen herbeginnen, opnieuw architect?

NIKLAAS: “Ja, maar stel dat ik iets anders zou moeten kiezen, dan rechten. Ik deelde vroeger een appartement met een student rechten. Juristen hebben een aparte manier van denken die ik boeiend vind. M’n vader was ook architect en hoopte dat ik in zijn voetsporen zou treden. Het beroep is inhoudelijk gigantisch veranderd en nu begrijpt hij niet hoe ik het blijf volhouden (lacht).  Want je moet diplomaat zijn, soms is ‘t zelfs vechten: de opdrachtgever en overheidsinstanties overtuigen om iets zinvols te doen, wat dan weer door een teveel aan reglementering wordt onderuitgehaald. En dan heb je nog de discussies met de aannemers die het moet bouwen …”

  • Hoe bekijk jij de wijk Sint-Andries door je architectenbril?

NIKLAAS: “Heel strategisch gelegen, tussen het Zuid en het historisch centrum. Van origine een arme buurt (Parochie van miserie) met veel sociale blokken, hoger dan het stedelijk gemiddelde. Maar een fijne sociale mix wat resulteert in een authentiek karakter en een leefbare buurt.”

  • Tot slot een zottigheid, maar ik vraag het toch maar. Waarom zijn de Franse wc’s verdwenen? De hurkhouding is de perfecte houding en je kan ze, met een glazen scherm eromheen, ook gebruiken als douche. Dus: plaats- en waterwinst.

Niklaas kijkt me met ongelovige ogen aan. Hij heeft duidelijk weinig ervaring met Franse wc’s.

NIKLAAS: “Ze geven mij stress, het idee dat het wel eens verkeerd landt …  Maar jouw eerste vraag was, wat is jouw lievelingseten.  Om het verhaal rond te maken, ik verkies eveneens het Japans toilet (lacht). “ (tekst Guido Sanders – foto’s Filip Dujardin, Filip Dujardin, Jago Van Bergen, Jan Kempenaars – portret Yannic Freson)